Bewakingscamera's

De wet van 21 maart 2007 tot regeling van de plaatsing en het gebruik van bewakingscamera's (gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 31 mei 2007), gekend als "de camerawet" is van toepassing op de plaatsing en het gebruik van bewakingscamera's met het oog op bewaking en toezicht.

Wat is nu eigenlijk precies een bewakingscamera?

In de nieuwe wetswijziging van bewakingscamera's die vanaf 21 maart 2018 in werking treedt is een bewakingscamera als volgt gedefinieerd:

  • elk vast, tijdelijk vast of mobiel observatiesysteem;
  • dat de bewaking en het toezicht van de plaatsen tot doel heeft;
  • en dat alleen voor dit doel beelden verwerkt

Deze definitie omvat het overgrote deel van de geplaatste camera's. Andere camera's moeten in principe de voorschriften van de Privacywet naleven. Een voorbeeld hiervan is een gemeente die een webcam hangt op het marktplein, louter om beelden van het plein te laten zien aan de burgers.

Wanneer moeten de voorschriften van de camerawet worden nageleefd?

Er moeten twee voorwaarden vervuld zijn:

  • telkens als een bewakingscamera wordt geplaatst en gebruikt;
  • die een opdracht van bewaking en toezicht uitoefent.

Waar moet u rekening mee houden?

Wanneer u een bewakingscamera wil plaatsen en gebruiken, moet u rekening houden met het proportionaliteitsbeginsel.

Dit houdt in:

  • Dat er een evenwicht moet bestaan tussen het belang van de verantwoordelijke voor de verwerking en het recht op de bescherming van het privéleven van de gefilmde persoon. Bijvoorbeeld: is het nodig dat er in de wachtkamer van een arts een camera wordt geïnstalleerd?;
  • Dat de verwerking van de beelden passend en noodzakelijk moet zijn, m.a.w. de verantwoordelijke voor de verwerking moet nagaan of er geen andere maatregelen mogelijk zijn die minder ingrijpen in het privéleven van de gefilmde persoon. Het is bijvoorbeeld niet noodzakelijk dat een concertorganisator de ingang filmt van de concertzaal om erop toe te zien dat elke concertganger betaalt. Hij kan immers een of meerdere opzichters aan de ingang plaatsen die elke concertganger controleren op het bezit van een geldig toegangskaartje;
  • Dat er geen overbodige beelden mogen verwerkt worden en dat de camera in principe niet mag gericht worden op een plaats waarvoor de verantwoordelijke voor de verwerking niet bevoegd is. Een dancinguitbater die een bewakingscamera plaatst mag zijn camera niet plaatsen in de richting van de straat, zodat hij eventuele amokmakers al van ver zou kunnen zien aankomen. Zulke beelden zijn niet alleen overbodig, want het overgrote deel van de weggebruikers is geen dancingbezoeker, laat staan een amokmaker, maar de uitbater is in principe ook niet gemachtigd om een publieke plaats zoals de openbare weg te filmen.

Uitzondering: Alleen voor besloten plaatsen in het KB (luchthavens, stations, SEVESO- instellingen, enz.) zullen bewakingscamera's kunnen worden gericht op een perimeter rechtstreeks rond de plaats. De verantwoordelijke voor verwerking zal pas over de perimeter een beslissing kunnen nemen als hij een positief advies kreeg van de bevoegde gemeenteraad die eerst de korpschef zal raadplegen.

Echter is en blijft de basisregel dat men zijn bewakingscamera's richt op de plaats waar men zelf verantwoordelijk voor is, en als een gedeelte van de plaats die er aan grenst op de beelden verschijnt, deze tot een strikt minimum moet beperkt worden.

Uitzonderingen

Toch zijn er bepaalde bewakingscamera's die de voorschriften van de camerawet niet moeten toepassen:

  • Bewakingscamera's die door een bijzondere wetgeving worden geregeld. De Voetbalwet is hier een voorbeeld van;
  • Bewakingscamera's ten overstaan van de tewerkgestelde, opgesteld op de bewaakte arbeidsplaats met het oog op veiligheid en gezondheid, bescherming van de goederen van de onderneming, controle van het productieproces en controle van de arbeid van de werknemer. In de privésector moet dan cao nr. 68 worden nageleefd.
  • Bewakingscamera's geplaatst en gebruikt door de openbare inspectie- en controlediensten, uitdrukkelijk toegelaten door de wet, decreet of ordonnantie die hun bevoegdheden regelt, om camera's te gebruiken of om film- of video opnamen te maken in het kader van hun opdrachten.

Het kan gebeuren dat op de arbeidsplaats zowel de Camerawet als cao nr. 68 over camerabewaking gelijktijdig worden toegepast. De praktijk wijst immers uit dat de beide doelen op hetzelfde moment aanwezig kunnen zijn en dat er vaak maar één camerasysteem gebruikt wordt. Een gekend voorbeeld is camerabewaking in een grootwarenhuis. Deze camera's kunnen tegelijk dienen om toezicht te houden op de personeelsleden die de kassa bedienen en om misdrijven (bv. diefstal) te voorkomen, waarbij dan ook klanten gefilmd kunnen worden. Aan de ene kant moet de verantwoordelijke voor de verwerking dus de Camerawet eerbiedigen voor de personen die onder de Camerawet vallen (bv. de klanten) en aan de andere kant de Privacywet voor camerabewaking op de arbeidsplaats (het personeelslid dat de kassa bedient), met een aantal bijkomende vereisten als cao nr. 68 van toepassing is.

Waar mogen er bewakingscamera's worden geplaatst?

De Camerawet heeft drie types van plaatsen voorzien en voor elke type plaats gelden andere of strengere voorschriften:

  • niet-besloten plaats: elke plaats die niet door een omsluiting is afgebakend en vrij toegankelijk is voor het publiek waaronder de openbare overheden bevoegd voor het wegbeheer. Voorbeelden: een marktplaats, een gemeenteplein, een park, …;
  • besloten plaats voor het publiek toegankelijk: Elk gebouw of elke door een omsluiting afgebakende plaats die uitsluitend bestemd is voor gebruik door het publiek. Voorbeelden: een handelszaak, shoppingcentra, grootwarenhuizen, een loketzaal van een bank, musea, een sportzaal, een restaurant, cafés, een kabinet van een dokter, …;
  • besloten plaats niet voor het publiek toegankelijk: Elk gebouw of elke door een omsluiting afgebakende plaats die uitsluitend bestemd is voor gebruik door de gewoonlijke gebruikers. Voorbeelden: een familiewoning, een appartementsgebouw (ook de gemeenschappelijke toegangshal), een kantoorgebouw (waar geen diensten aan het publiek worden aangeboden), fabrieken, …

Deze omsluiting die genoemd wordt is een duidelijke visuele afscheiding of aanduiding waardoor je een onderscheidt in plaatsen kunt maken.

Wanneer er twijfel bestaat over de soort plaats of als er verschillende plaatsen door eenzelfde camerasysteem worden gecontroleerd, zal het strengste regime van toepassing zijn. Zo zal bijvoorbeeld het regime van de voor het publiek toegankelijke besloten plaats moeten gehanteerd worden indien één camerasysteem zowel de frontoffice (de ruimte waar de klant staat) als de backoffice (de ruimte waar de bankbediende werkt) van een bank controleert.

Enkele tips voor een goede plaatsing

  • Hang de camera op ooghoogte en zorg ervoor dat belemmerende voorwerpen worden vermeden (bv. reclamezuilen).
  • Tegenlicht en spiegelingen spelen eveneens in op de kwaliteit van de beelden.
  • Doe een dagelijkse test zodat de plaatsing u correct voorkomt en check bij sluitingstijd of de camera niet beschadigd, verdraaid of afgedekt is.
  • Zorg dat het personeel weet waar de camera hangt en hoe de camera moet gebruikt worden.
  • Zet de registratieapparatuur op een veilige plaats (onzichtbaar en in afgesloten kast/ruimte).
  • Controleer regelmatig de kwaliteit van de opnames en vervang indien nodig de registratiebanden, zodat, wanneer nodig, de opgenomen beelden in optimale omstandigheden kunnen gebruikt worden.
  • Plaats een pictogram aan de ingang om de personen op hoogte te stellen dat er een bewakingscamera aanwezig is.

De verantwoordelijke voor de verwerking

De verantwoordelijke voor de verwerking is dezelfde figuur als bij de Privacywet. Hij is dus de persoon die het doel en de middelen voor de verwerking bepaalt, hier het registreren van beelden. Het kan gaan om een natuurlijke persoon (bv. een arts), een rechtspersoon (bv. een bvba), een vereniging (bv. een sportclub) of een overheid (bv. de politie). Opgelet: De verantwoordelijke voor verwerking voor een niet-besloten plaats kan alleen maar van een openbare overheid zijn.

Het is de verantwoordelijke voor de verwerking die de wet moet naleven en verantwoordelijk zal gesteld worden wanneer de camerawet wordt overtreden. Hij is bovendien ook contactpersoon zowel voor de gefilmde persoon als voor de controlerende overheid.

Het is ook deze persoon die de beslissing neemt om één of meerdere tijdelijke vaste bewakingscamera's te plaatsen in een niet- besloten plaats. Hij deelt aan de politiediensten eveneens elke wijziging aangebracht aan de ingezette cameravoorziening.

Alleen voor besloten plaatsen in het KB (luchthavens, stations, SEVESO- instellingen, enz.) zullen bewakingscamera's kunnen worden gericht op een perimeter rechtstreeks rond de plaats. De verantwoordelijke voor verwerking zal pas over de perimeter een beslissing kunnen nemen als hij een positief advies kreeg van de bevoegde gemeenteraad die eerst de korpschef zal raadplegen.

Echter is en blijft de basisregel dat men zijn bewakingscamera's richt op de plaats waar men zelf verantwoordelijk voor is, en als een gedeelte van de plaats die er aan grenst op de beelden verschijnt, deze tot een strikt minimum moet beperkt worden.

Volgens de wijzigingen van de wet van 21 maart 2018 zal de verantwoordelijke voor verwerking een activiteiten register bijhouden inzake de verwerking van de beelden (dit kan onder een elektronische vorm). Deze zal hij ter beschikking stellen aan de Gegevensbeschermingsautoriteiten (nieuwe benaming van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer) en de politiediensten. Tenzij het gaat over een natuurlijk persoon die een camera gebruikt voor persoonlijk/ huishoudelijk gebruik.

Dit is gelijkaardig aan de nieuwe privacy verplichtingen die gelden in het kader van de GDPR (Europese verordening betreffende de gegevensbescherming): dat bepaalt dat je een register van verwerkingsactiviteiten moet bijhouden als je persoonsgegevens verwerkt. Voorbeelden van persoonsgegevens zijn o.a.: klantenkaart, online gebruikersnaam, foto, postadres, enz.

Voor eventuele vragen inzake de registers kan u uitleg vinden op de site van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer onder FAQ.

Gebruik van de beelden

De camerawet schrijft ook voor op welke manier de beelden mogen bekeken worden en dit verschilt naargelang de soort plaats waar er wordt gefilmd.

Niet-besloten plaats

Wanneer de camera hangt op een niet-besloten plaats (bv. de openbare weg) mag men de beelden uitsluitend bekijken in real time onder de volgende voorwaarden:

  • onder toezicht van de bevoegde overheid (een uitvoeringsbesluit kan dit uitbreiden);
  • om de volgende reden:
    • Opdat de politiediensten onmiddellijk kunnen ingrijpen bij misdrijven, schade of ordeverstoring en in hun optreden optimaal kunnen worden gestuurd.
    • Om de bevoegde overheden en diensten mogelijk te maken bij belangrijke evenementen die een impact kunnen hebben op de openbare orde en veiligheid van de bevolking te coördineren en evoluties van noodsituaties op te volgen en het beheer te coördineren.

De beelden daadwerkelijk opnemen (op band of schijf) is uitsluitend toegestaan om bewijzen te verzamelen over misdrijven of schade en om daders, ordeverstoorders, getuigen of slachtoffers op te sporen en te identificeren.

Besloten voor het publiek toegankelijke plaats

Volgens de wijziging van de camerawet van 21 maart 2018 mag een vaste bewakingscamera worden aangevuld met een controlescherm dat de beelden in het openbaar toont. Dit controlescherm wordt in de nabijheid van deze camera geplaatst om zo een sterkere preventieve werking te hebben.

Hier mogen de beelden uitsluitend in real time worden bekeken om onmiddellijk te kunnen ingrijpen bij misdrijven, schade of ordeverstoring.

De beelden daadwerkelijk opnemen (op band of schijf) is uitsluitend toegestaan om bewijzen te verzamelen van misdrijven of schade en ook om daders, ordeverstoorders, getuigen of slachtoffers op te sporen en te identificeren.

Bewaartermijn van de beelden

De beelden mogen volgens de Camerawet worden bewaard. De bewaartermijn is nooit langer dan één maand, behalve als opgenomen beelden kunnen dienen om een misdrijf aan te tonen of schade te bewijzen of om een dader, een ordeverstoorder, een getuige of een slachtoffer te identificeren. In dat geval mogen ze langer worden bewaard.

Uitzonderlijk kan het termijn verlengd worden naar 3 maanden voor de plaatsen die door hun aard een bijzonder veiligheidsrisico inhouden, bepaald door de koning in een K.B en een overleg van de ministerraad waarvan het ontwerp voor advies wordt voorgelegd aan de gegevensbeschermingsautoriteit. (Bv. Luchthavens, militaire domeinen, SEVESO- instellingen, nucleaire sites, havenfaciliteiten, stations).

Veiligheid van de beeldverwerking

De huidige technische ontwikkeling laat allerlei manipulaties toe van beelden. Dit houdt een risico in met betrekking tot vervalsing van de informatiedragers.

Daarom moet elke verantwoordelijke voor de verwerking

  • gepaste veiligheidsmaatregelen nemen
  • controle van de juistheid van de verwerkte gegevens verrichten

Pictogram en verbod om bepaalde beelden te verwerken

De verantwoordelijke voor de verwerking moet u verwittigen dat hij gebruik maakt van een bewakingscamera. Dit zal hij doen met een pictogram. Het Koninklijk Besluit van 10 februari 2008 tot vaststelling van de wijze waarop wordt aangegeven dat er camerabewaking plaatsvindt, voorziet een uniform model, zodat het voor u als burger altijd duidelijk is dat u wordt gefilmd. Op dit pictogram staan een aantal inlichtingen (o.a. de contactpersoon).

De bewakingscamera mag nooit stiekem of heimelijk worden gebruikt. Dit betekent dat u als gefilmde persoon altijd uw voorafgaande toestemming moet geven. Het feit dat u een plaats binnenkomt waar een pictogram u over gebruik van een bewakingscamera inlicht, wordt aangezien als een voorafgaande toestemming.

Bepaalde beelden mogen helemaal niet verwerkt worden, onder meer beelden die:

  • Uw intimiteit schenden (denk maar aan een camera in de toiletten);
  • Gericht zijn op het inwinnen van informatie over uw filosofische, religieuze, politieke, syndicale gezindheid, etnische of sociale origine, seksuele leven of gezondheidstoestand, (een bewakingscamera langs een drukke winkelstraat dient niet om het aantal gesluierde vrouwen te tellen die hun inkopen doen in een bepaalde winkel).

Recht op toegang

Iedereen die gefilmd wordt, heeft een recht op inzage in de beelden. Dit recht kan natuurlijk alleen maar uitgeoefend worden als de beelden ook daadwerkelijk werden opgenomen. Om dit recht uit te oefenen volstaat een gemotiveerd verzoek aan de verantwoordelijke voor de verwerking.

Aangifte van een bewakingscamera

Wegens de wijziging van 21 maart 2018 inzake de camerawet zal er een online aangiftetoepassing ontwikkeld worden. Indien u voor deze wijziging een bewakingscamera via het e-loket van de Privacy commissie heeft aangegeven zal deze aan de nieuwe verplichtingen moeten voldoen tegen 25 mei 2020. Deze aangifte zal steeds bijgewerkt moeten zijn. Dit houdt in dat als u bijvoorbeeld de plaats van de camera wijzigt, dit zal moeten melden. U dient deze aangifte te doen uiterlijk de dag vóór de ingebruikname van de bewakingscamera. De online aangiftetoepassing is sinds 6/06/2018 beschikbaar via de deze link.

Niet-besloten plaatsen

Nog vóór u als verantwoordelijke voor de verwerking een bewakingscamera plaatst in een niet-besloten plaats, moet u:

  • een positief advies krijgen van de betrokken gemeenteraad;
  • een uitzondering op dit positief advies is wanneer een andere openbare overheid dan de gemeente, bevoegd voor het wegbeheer men een vaste bewakingscamera wil plaatsen in een niet- besloten plaats. (Bv. Gewesten die bewakingscamera's plaatsen op autosnelwegen).
  • een positief advies krijgen van de korpschef van de betrokken politiezone. Uit dit advies blijkt dat een veiligheids-en doelmatigheidsonderzoek werd uitgevoerd en dat de plaatsing beantwoordt aan de Privacywet.

Besloten plaatsen die wel of niet toegankelijk zijn voor het publiek

De Camerawet voorziet voor besloten plaatsen (al dan niet toegankelijk voor het publiek) uitdrukkelijk in een specifiek formulier voor mededeling en overzending van de beslissing tot plaatsing van een bewakingscamera. Het formulier en de actualisatie hiervan is bestemd voor de Gegevensbeschermingsautoriteiten en de politie.

Dit formulier bevestigt dat het gebruik van de bewakingscamera overeenkomstig is met de Privacywet.

Deze aangifte geldt dus meteen ook als meldingsplicht aan de korpschef van de politie. De korpschef van de bevoegde politiezone kan via een zoekopdracht in het openbaar register (dat te raadplegen is via de website van de Gegevensbeschermingsautoriteiten) nagaan welke besloten plaatsen in zijn politiezone reeds een thematische camera-aangifte hebben ingediend. Om ook de plaats(en) van verwerking te kennen en desgevallend het nummer van de alarmcentrale (die niet mee opgenomen worden in het openbaar register), kan de Gegevensbeschermingsautoriteiten op aanvraag het volledige aangifteformulier aan de korpschef toezenden.

Bewaakte arbeidsplaats

De thematische camera-aangifte gebeurt via het e-loket van de Gegevensbeschermingsautoriteiten. U dient dit te doen uiterlijk de dag vóór ingebruikname van de bewakingscamera.

Uitzondering op de aangifte

U moet geen aangifte doen wanneer u een bewakingscamera plaatst op een plaats die niet toegankelijk is voor het publiek en die alleen dient voor persoonlijk of huishoudelijk gebruik, dus in uw eigen woning.

Wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer

Hierna vindt u in een notendop de belangrijkste principes omtrent deze wetgeving.

Iedere houder van geautomatiseerde verwerking moet een inventaris opstellen van alle verwerkingen en die geregeld bijwerken.

  • De wet is enkel van toepassing indien men persoonsgegevens verwerkt. bvb: naam, adres, kleur ogen, … voorbeeldsituaties:
    • ledenadministratie van een vereniging
    • personeelsbestand van een bedrijf
    • registratie van bezoekers in een bedrijf
  • Verplichtingen van de houder van de gegevens
    • de houder is verantwoordelijk voor de gegevens
    • inventaris dient gemaakt te worden in verband met de verwerking van de gegevens => inhoud:
      • hoelang worden de gegevens bijgehouden
      • soort gegevens die worden bijgehouden
      • wie heeft toegang tot de gegevens
      • doel van de verwerking
      • de houder dient te antwoorden op informatievragen van de betrokkene
      • als betrokkene schriftelijk om informatie vraagt in verband met zijn dossier moet men deze inlichtingen verschaffen binnen de 45 dagen
      • men dient te melden aan de betrokkene dat hij/zij het recht heeft op gratis aanpassing (correctie) van zijn dossier
    • de verwerking van volgende informatie is aan beperkingen onderhevig:
      • gevoelige informatie: ras, etnische afkomst, religie, … mag enkel gebruikt worden indien betrokkene ermee instemt of wanneer de wet daartoe verplicht
      • gerechtelijke informatie: veroordelingen, … mag enkel gebruikt worden door politiediensten en openbare overheden wanneer de wet dit voorziet
      • medische informatie: gezondheidstoestand betrokkene mag enkel gebruikt worden door artsen, …
    • let op: de informatie die men verwerkt moet:
      • correct zijn
      • relevant zijn voor het doel van de verwerking
      • mag niet langer bewaard worden dan nodig
  • Als de geautomatiseerde verwerking er niet uitdrukkelijk van vrijgesteld is, is men verplicht de kenmerken van de verwerking aan te geven bij de commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Wat is vrijgesteld van aangifte?
    • informatie die verwerkt wordt voor privé gebruik
    • informatie over rechtspersonen
    • informatie over verenigingen
    • registratie van bezoekers
    • loonadministratie
    • personeelsadministratie
    • boekhouding
    • klanten- en leveranciersadministratie
    • ledenadministratie
    • administratie van leerlingen en studenten
    • bevolkingsregisters, rijksregisters en registers van de burgerlijke stand

Deze verwerkingen zijn vrijgesteld als de gegevens niet aan derden worden meegedeeld.

Specifieke bepalingen betreffende camerabewaking

C.A.O. nr. 68 van 18 juni 1998 betreffende de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de werknemers ten opzichte van de camerabewaking op de arbeidsplaats.

Definitie camerabewaking

Elk bewakingssysteem met één of meerdere camera's met als doel bepaalde plaatsen of activiteiten op de arbeidsplaatsen te bewaken vanuit een punt dat zich geografisch op een afstand van die plaatsen of activiteiten bevindt met of zonder bewaring van de beeldgegevens.

Wanneer is camerabewaking op de werkvloer toegelaten?

  • Enkel toegelaten voor het nastreven van één van volgende doelen:
    • de veiligheid en gezondheid
    • de bescherming van de goederen van de onderneming
    • de controle van het productieproces
      • controle op machines
      • controle op werknemers met als doel de evaluatie en de verbetering van de werkorganisatie
    • de controle van de arbeid van de werknemer
    • indien men het loon wil bepalen op basis van de geregistreerde beelden dient de werkgever deze informatie te verschaffen
    • controle op werknemers met als doel de evaluatie en de verbetering van de werkorganisatie
  • De werkgever dient het doeleinde van de camerabewaking duidelijk en expliciet te omschrijven uitzonderingen:
    • gebruik van camera's voor opleidingsdoeleinden aangezien het geen bewaking betreft
    • geheime camerabewaking kan enkel in overeenstemming met de voorschriften van het wetboek van strafvordering
  • Camerabewaking mag enkel tijdelijk zijn in volgende gevallen:
    • controle op het productieproces dat betrekking heeft op de werknemers
    • het de controle van de arbeid van de werknemer als doel heeft
  • Camerabewaking mag permanent zijn in volgende gevallen:
    • doel: veiligheid en gezondheid
    • doel: bescherming van de goederen van de onderneming
    • doel: controle op het productieproces indien dit enkel op machines betrekking heeft
  • Bij het opstarten van een camerabewaking dient de werkgever de ondernemingsraad/vakbondsafvaardiging/werknemers informatie te verschaffen over alle aspecten van de camerabewaking.
  • Bij het opstarten van een camerabewaking dient de werkgever de werknemers informatie te verschaffen over alle aspecten van de camerabewaking. Welke informatie dient verschaft te worden aan de werknemers?
    • het nagestreefde doeleinde
    • het feit of de beeldgegevens al dan niet bewaard worden
    • het aantal en de plaatsing van de camera's ◦de betrokken periode of perioden gedurende dewelke de camera's functioneren
  • De werkgever moet de beelden ter goeder trouw en in overeenstemming met het eraan gegeven doeleinde verwerken
  • Iedere private onderneming die camerabewaking wil doorvoeren dient het personeel en de klanten in te lichten dat er camerabewaking aanwezig is. Dit doet men door het aanbrengen van duidelijke pictogrammen of tekstbordjes in de publiek toegankelijk zones.
  • Specifieke toepassingsgebieden:
    • stadions: observatie mag enkel gebeuren van de tribunes en het terrein, niet buiten het stadion
    • appartementsgebouwen - inkomsthal: doel observatie = veiligheid. Er moet aangeduid worden dat er camerabewaking is. Beelden dienen niet langer bewaard te worden dan nodig.
    • openbare weg: er mogen geen onnodige beelden opgenomen worden. Ook mogen geen private ruimtes bekeken worden alsook de ingangen van deze ruimtes.
Je vraag blijft onbeantwoord? Contacteer ons via of 053 840 800.