Eén van de basisregels van het verkeersreglement.

 

Uit analyse van de verkeersongevallen vastgesteld in 2009 blijkt dat "kop-staart-aanrijdingen" tot de top 3 behoren, m.a.w. het onvoldoende afstand houden is één van de belangrijkste oorzaken bij verkeersongevallen met  lichamelijke letsels.

ONVOLDOENDE AFSTAND = ERG RISKANT

Ook in de nationale cijfergegevens valt het op dat duizenden aanrijdingen te wijten zijn aan onvoldoende veiligheidsafstand.

Bij de letselongevallen komt deze ongevalsfactor op de derde plaats, zoöok in de politiezone Erpe-Mere/Lede.

De niet-naleving van de veiligheidsafstanden (vaak gepaard gaand met overdreven of niet aangepaste snelheid ) doet zich meer en meer voor. Dergelijk onhoffelijk gedrag raakt jammer genoeg meer en meer ingeburgerd en kan verschikkelijke gevolgen hebben.

Ook in het driemaandelijkse tijdschrift "Via Secura" van het Belgisch Instituut voor de Verkeersveiligheid wordt hier aandacht aan geschonken.

Wat zegt het verkeersreglement ?

Art. 10.1.2.

De bestuurder moet, rekening houdend met zijn snelheid, tussen zijn voertuig en zijn voorligger een voldoende veiligheidsafstand houden.

Art. 10.1.3.

De bestuurder moet in alle omstandigheden kunnen stoppen voor een hindernis die kan worden voorzien.

Art. 18.2

Buiten de bebouwde kommen moeten de bestuurders van voertuigen en slepen met een maximale toegelaten massa van meer dan 7,5 ton of langer dan 7 meter, onderling een afstand houden van ten minste 50 meter.

 

Wat verstaan we nu juist onder een voldoende veiligheidsafstand ?

Behalve voor vrachtwagenchauffeurs, blijft het verkeersreglement hierover eerder vaag. Eigenlijk gaat het hier om de minimumafstand die men tegenover een andere weggebruiker met dezelfde snelheid in acht moet nemen. De bestuurder moet voldoende ruimte hebben om bij een bruusk remmaneuvre tijdig tot stilstand te komen. Bij een onvoorziene gebeurtenis reageert de bestuurder immers altijd met een kleine vertraging. Een "veiligheidszone" is dus absoluut geen overbodige luxe.

 

Twee levensbelangrijke seconden.

Concreet gezien gaat men er van uit dat de minimale onderlinge afstand tussen twee voertuigen bij normale weersomstandigheden overeenkomt met de afstand die een voertuig gedurende ten minste twee seconden aflegt. Dit is immers de gemiddelde tijd die de hersenen nodig hebben om de informatie te ontvangen en te verwerken.

Deze afstand is natuurlijk afhankelijk van de snelheid : hoe hoger de snelheid, hoe meer ruimte de bestuurder moet laten tot zijn voorligger. Dit is niet altijd eenvoudig op onze steeds drukkere wegen.

 

Hoe ga je te werk ?

Al rijdend een afstand inschatten is niet vanzelfsprekend, maar twee kleine regeltjes kunnen die taak vergemakkelijken.

De gemakkelijkste is de tweesecondenregel : neem een herkenningspunt langs de weg (bvb een verlichtingspaal) dat zich voor je voorligger bevindt. Tel twee seconden vanaf het moment dat je voorligger dit punt voorbijrijdt. Kom je zelf voorbij het herkenningspunt als je nog aan het tellen bent, dat rij je te dicht achter je voorligger. Opgepast : wanneer het regent, tel je er nog een seconde bij.

 

Je kunt ook de volgende vuistregel toepassen : door je snelheid door twee te delen, verkrijg je de minimumafstand die je ten opzichte van je voorligger moet houden. Rij je bvb 120 Km/ u, dan bedraagt de veiligheidsafstand 60 meter.

(Bron : tijdschrift "Via Secura - 1° trimester 2010)