De wijkwerking is de hoeksteen van de nieuwe basispolitiezorg en van het nieuwe functioneren in de zone BRAKEL-HOREBEKE-MAARKEDAL- ZWALM. De zone is dus opgesplitst in 4 wijkposten. Zij vormt één van de belangrijkste componenten van een kwalitatief veiligheidsbeleid in het algemeen en de basispolitiezorg in het bijzonder.

De wijkagent is "oor en oog" van de politie en heeft twee motto's: "kennen en gekend worden", en "samenwerken aan veiligheid". Dat betekent dat hij het niet alleen kan. Hij heeft anderen partners nodig, zoals burgers en verenigingen; net zoals de burgers ook de politie nodig hebben. Betrokken burgers, die willen werken aan en wonen in een veilige buurt of straat.

Kenmerkend voor de wijkpolitie, waarin de wijkagent een spilfunctie heeft, is een probleemgerichte, informatiegestuurde en integrale aanpak van veiligheid en leefbaarheid op buurt- en wijkniveau. Bij langdurige afwezigheid van een wijkagent zullen zijn taken worden uitgevoerd door een wijkagent van een andere wijk. De wijkagent zal zich hoofdzakelijk per fiets - bromfiets verplaatsen, zodat hij duidelijk zichtbaar, aanspreekbaar en contacteerbaar is in zijn wijk.

De wijkwerking zal zo ondermeer bijdragen tot:

  • het verzamelen van alle nuttige inlichtingen over de bijzonderheden en problemen eigen aan de wijk;
  • het creëren van een vertrouwensrelatie met de bevolking;
  • bemiddelen bij burengeschillen en plaatselijke ongemakken;
  • het uitoefenen van algemeen toezicht in de wijk, het schooltoezicht is hierbij een prioriteit;
  • het signaleren van schade aan straatmeubilair, verkeersborden, slechte staat van het wegdek, sluikstorten,...
  • het verspreiden van algemene info naar de bevolking en naar lokale gemeenschappen toe;
  • het doorgeven van lokale vragen en verwachtingen aan de overheid of andere diensten;
  • het hercontacteren van mensen die geconfronteerd werden met een inbraak in hun woning en hen advies verstrekken omtrent inbraakwerende maatregelen;
  • het luisteren naar klachten en grieven van de bevolking en indien mogelijk samen met hen naar oplossingen zoeken;
  • het opsporen en helpen oplossen van kleine ontluikende conflicten (bemiddelingsfunctie);
  • het deelnemen aan hoorzittingen, vergaderingen met plaatselijke organisaties, vergaderingen op buurtniveau of zelf vergaderingen beleggen met de inwoners;
  • het detecteren van bronnen van onveiligheid en de eventuele haarden van criminaliteit en het inlichten van de bevoegde diensten erover;
  • het uitvoeren van beperkte politionele taken die een bijzondere kennis of een eerder persoonlijk contact met de bevolking vereisen (hercontactname met een slachtoffer, kantschriften, moraliteitsonderzoeken, onderzoeken van woonplaats, ...);
  • het gevolg geven aan bepaalde oproepen die een beperkte, niet-dringende politionele interventie vereisen;
  • het besteden van bijzondere aandacht aan het gedrag en handelingen van bepaalde personen onder toezicht (voorwaardelijk in vrijheid gestelden, geesteszieken, ...).