Wie het slachtoffer wordt van een woninginbraak, ondervindt hier vaak grote gevolgen van: er is niet alleen het geleden verlies, maar ook de te herstellen schade en de emotionele impact. Het aantal inbraken is de laatste jaren bovendien toegenomen. In dit en een volgend artikel staan we daarom kort stil bij de factoren die het inbraakrisico verhogen of verlagen.

Bij het inschatten van het inbraakrisico zijn verschillende niveaus van belang. Inbrekers gaan immers doorgaans eerst op zoek naar een geschikte buurt, vervolgens naar een interessante straat en pas dan naar een individueel huis. Elk van deze geledingen heeft specifieke kenmerken die relevant zijn voor het inbraakrisico.

De buurt

Niet elke buurt krijgt even veel af te rekenen met inbraak. De meest kwetsbare buurten zijn deze die gemakkelijk toegankelijk zijn en met een hoge welvaart. Ook buurten die dicht bij een stadscentrum liggen en die verschillende functies hebben (een combinatie van woon- en werkbuurten), lopen een hoger inbraakrisico. Het gaat hierbij met andere woorden om buurten waar veel mensen passeren.

Enerzijds merken inbrekers op welke doelwitten interessant zijn, bijvoorbeeld wanneer zij op weg zijn naar het werk of boodschappen doen. Anderzijds lijkt het niet snel verdacht wanneer niet-bewoners in deze buurten rondlopen. Inbrekers vallen dus nauwelijks op wanneer zij een dergelijke buurt verkennen.
Daartegenover staat dat er minder wordt ingebroken in buurten met een buurtinformatienetwerk en in buurten die dicht bij een politiekantoor liggen.

De straat

Ook op het niveau van de straat zijn verschillende kenmerken belangrijk. In het bijzonder zijn die straten kwetsbaar waar er veel verkeer komt of die veel verbindingen hebben met andere straten. Hieraan gerelateerd is het inbraakrisico in doodlopende straten lager. Ook goed verlichte straten zijn minder interessant voor inbrekers: de zichtbaarheid en herkenbaarheid van inbrekers is er immers groter.

De woning

Onderzoek heeft een hele reeks kenmerken van huizen blootgelegd die voor inbrekers relevant zijn. Een eerste groep heeft te maken met tekenen van aanwezigheid. Een wagen op de oprit (zeker als er geen garage is), brandende verlichting in en rond het huis, speelgoed in de tuin enz. leiden tot een lagere kwetsbaarheid voor een inbraak. Een uitpuilende brievenbus duidt dan weer op (langdurige) afwezigheid en verhoogt daarom het inbraakrisico.

Een tweede groep kenmerken is gelinkt aan de toezichtmogelijkheden. Hoge heggen geven veel privacy en verlagen de zichtbaarheid, maar inbrekers kunnen eveneens van deze beschutting gebruikmaken. Ook woningen die aan een bos, speeltuin of park grenzen, zijn kwetsbaar omdat inbrekers zich kunnen verbergen wanneer zij een dergelijke woning observeren. Woningen die dicht tegen de straat of bij andere huizen liggen of die vanuit andere huizen goed zichtbaar zijn, lopen dan weer minder risico op een woninginbraak.

Een derde groep kenmerken heeft betrekking op de toegankelijkheid van de woning. Het risico is groter wanneer inbrekers via de zij- of achterkant de woning kunnen betreden, onder meer omdat dit hen aan het zicht onttrekt. De aanwezigheid van een hond, een alarm en degelijke sloten verlagen dan weer de inbraakgevoeligheid van een woning.


De combinatie van buurt-, straat- en woningkenmerken toont aan dat kwetsbaarheid voor woninginbraak een complex gegeven kan zijn. In een volgende bijdrage gaan we dieper in op wat dit kan betekenen voor de preventie van inbraak.

Stijn Van Daele
Doctor in de criminologie, onderzoekscoördinator bij de onderzoeksgroepen IRCP en SVA, Universiteit Gent

Bron: http://besafe.be/nl/tips

www.secunews.be