Korpsleiding PZ LAN
Ieder Lokaal Politiekorps staat onder leiding van een Korpschef.
De Korpschef staat in voor de dagelijkse werking van de politiezone.
Hij wordt aangeduid voor een periode van 5 jaar. Deze termijn kan met 5 jaar worden verlengd.
De Korpschef voor de PZ LAN is de Heer Christaan SIMONS, hoofdcommissaris van politie.

Voorwoord van de Korpschef:
Beste bezoeker,
Hartelijk welkom op onze website.
De politiezone LAN, wat staat voor Landen, Linter en Zoutleeuw, is een kleine politiezone in het zuidelijkste puntje van onze provincie Vlaams-Brabant.
Onze zone ligt aan de taalgrens en buffert de provincies Limburg, Luik en Waals-Brabant.
Als ik u hier ontmoet, in 2012, dan is onze politiezone jarig.
De politiehervorming ligt 10 jaar achter ons.
Nog zo jong en toch… 10 jaar was ook lang.
Onze vorige korpschef en enkele toffe medewerkers zijn er niet meer.
Meermaals werd onze politiezone geconfronteerd met de krachten van water en vuur, we stonden voor de ergste familiedrama’s en nog zoveel meer.
Laat ons echter in die voorbije 10 jaren vooral niet die vele vreugdevolle gebeurtenissen en feesten vergeten.
Als politiedienst probeerden we steeds een steentje bij te dragen aan veiligheid.
Met onze website willen we een extra dimensie toevoegen.
Als u het wil ontmoeten we ons vanaf nu dagelijks via de snelweg van het internet.
We willen u naar bestvermogen informeren maar we willen van onze website ook een ontmoetingsplaats maken.
Dagelijks ijveren we voor een veilige leefomgeving maar we kunnen dit niet alleen.
We willen dit samen met u doen en daarom kijken we ook uit naar uw mening en goede ideeën.
Op onze website vindt u informatie over wetgeving, criminaliteit, acties, onze organisatie en zoveel meer.
Ik wens u veel leesgenot
De korpschef
Chris Simons
Taken van de Korpschef:
Hij is verantwoordelijk voor de uitvoering van het lokaal politiebeleid, en meer bepaald, voor de uitvoering van het zonaal veiligheidsplan. Hij staat in voor de leiding, de organisatie en de verdeling van de taken binnen het lokaal politiekorps en de uitvoering van het beheer van dit korps. Hiertoe kan de burgemeester of het politiecollege hem sommige van zijn bevoegdheden delegeren.
In de uitoefening van deze functie is hij verantwoordelijk voor de uitvoering door het politiekorps van de lokale opdrachten, van de richtlijnen met betrekking tot de opdrachten met een federaal karakter en van de opvorderingen evenals van de toepassing van de normen bedoeld in de artikelen 141 en 142 (Wet 7 december 1998 op de geïntegreerde politie).
De korpschef oefent zijn bevoegdheden uit onder het gezag van de burgemeester of van het politiecollege. Met het oog op een goed beheer van het politiekorps, licht de korpschef zo spoedig mogelijk de burgemeester of het politiecollege in over alles wat het lokaal politiekorps en de uitvoering van zijn opdrachten aangaat. Hij licht hem ook in over de initiatieven die de lokale politie overweegt te nemen en die betrekking hebben op het zonale veiligheidsbeleid.
Hij moet elke maand verslag uitbrengen aan de burgemeester of aan het politiecollege over de werking van het korps en hem op de hoogte brengen van de klachten van buitenaf aangaande de werking van het korps of het optreden van zijn personeel.
In elke politiezone werd een zonale veiligheidsraad opgericht waarbinnen een systematisch overleg wordt georganiseerd tussen de burgemeesters, de Procureur des Konings, de korpschef van de lokale politie en de bestuurlijke directeur-coördinator van de federale politie of zijn afgevaardigde.
De zonale veiligheidsraad kan deskundigen uitnodigen om deel te nemen aan zijn werkzaamheden. De opdrachten van de zonale veiligheidsraad zijn de volgende:
- het bespreken en de voorbereiding van het zonaal veiligheidsplan;
- het bevorderen van de optimale coördinatie van de uitvoering van de opdrachten van bestuurlijke en gerechtelijke politie;
- het evalueren van de uitvoering van het zonaal veiligheidsplan;
De korpschef van de lokale politie is belast met de voorbereiding van de zaken die aan de politieraad of aan het politiecollege worden voorgelegd en woont de vergaderingen van de raad en het college bij.
De overgeschreven notulen worden door de voorzitter en door de secretaris getekend.
De briefwisseling uitgaande van de politieraad en het politiecollege wordt door de voorzitter ondertekend en door de korpschef mede ondertekend, tenzij daarvoor delegatie werd verleend.


